Improviseren met harmoniën
Met oefeningen voor gevorderden* van René Jansen
‘Laat maar vallen, want het komt er toch wel van, ik wil weten wie je bent’. Op deze tekst zal elke vijftiger spontaan gaan zingen en dansen. Het komt uit het lied ‘De Bom’ , over de angst voor de neutronenbom in de jaren zeventig. Het was een van de hits van ‘Doe maar’, de eerste Nederlandse popband die de tijdgeest onnavolgbaar mooi in tekst en muziek wist weer te geven. Oké, de zangers mochten er ook wezen. Wie was er niet verliefd op Ernst of Hennie?
In 2012 schoof Hennie Vrienten aan bij het programma Zomergasten. Hij vulde een avond met zijn muzikale avonturen van vroeger van nu. Hij speelt nog steeds samen met anderen. En hij componeert filmmuziek. Dat laatste doet hij voornamelijk in zijn eentje. De presentator vroeg of dat niet een eenzame onderneming was. ‘Ik vind het heerlijk’, zei Hennie met een twinkeling in de ogen. ‘Als je in je uppie aan het componeren bent, hoef je geen discussies te voeren of onder die ene noot een D-majeur akkoord past, of dat het D-mineur toch mooier is.’
Zelfs voor de grootste muzikanten is het dus een puzzel om melodie en akkoorden goed op elkaar af te stemmen. Dan is het niet erg als wij amateurs er ook wel eens mee zitten te hannessen. Zelfs als we dat doen bij een kinderliedje als Vader Jacob. Op naar de piano. It’s playtime.
Playtime
1. Kris kras rondtrekken
In vorige blogs staat hoe je akkoorden bij een melodie kunt zoeken. Oftewel: hoe je een harmonie kunt samenstellen. Nu verhuizen we naar het gevorderdenklasje. Het lesgroepje waar je daar helemaal in de verte nog net de profs kunt zien. Die nemen I, IV, V als uitgangspunt, maar laten het daar niet bij. Ze zoeken soms hun heil in VI, II of III. Dat gebeurt niet zomaar willekeurig: VI komt in de plaats I, II is een alternatief voor IV en III kan V vervangen. Ja, ook daar zit een logica in: bij een majeur-toonladder gaat het om de mineur-toonladder met hetzelfde aantal kruisen of mollen (is dit te theoretisch? Gewoon vergeten dan, voor het spelen maakt het niet uit).
Hoe ziet dit verhaal eruit in noten?
We beginnen weer bij C-Majeur (=C-groot), met I, IV, V en VI, II, III
:
akkoord I met de tonen C, E, G
te vervangen door VI, met de tonen A, C, E
akkoord IV, tonen F, A, C
te vervangen door II, tonen D, F, A
akkoord V, met de tonen G, B, D
te vervangen door III, met de tonen E G, B
Op naar de piano:
-Speel de melodie van Vader Jacob.
Zo klinkt ‘t:
vader jacob
of kijk voor de noten op
de afbeelding hiernaast (als je op de afbeelding klikt,
krijg je een groter formaat).
- Speel de melodie met de rechterhand, een paar keer, tot het vanzelf gaat. Zoek er dan met de linkerhand akkoorden bij.
Maak gebruik van I, IV, V of van de vervangers VI, II, III als je die mooier vindt klinken.
-Ga uit van 1 akkoord per maat. In de laatste maten kun je meer akkoorden zoeken. In die maten vindt er, als opmaat naar het einde, vaak een verdichting van akkoorden plaats.
Zorg ook dat je een portie geduld bij de hand hebt. Het kan zomaar zijn dat je dat een paar keer hebt gezucht voordat je een versie hebt waar je tevreden over bent.
2. Kris kras reizen met een halve toon verschil
Professionele muzikanten doen nog iets meer dan het husselen met de akkoorden. Op een plek waar ze vinden dat de muziek wel wat peper kan gebruiken, verhogen of verlagen ze de terts in het betreffende akkoord met een halve toon. C, E, G wordt C, Es, G. Het akkoord A, C, E wordt A, Cis E. Je zet er je luisteraars, en misschien jezelf ook wel, meteen
weer recht mee op de stoel.
Neem je akkoordenschema van ‘Vader Jacob’ er nog eens bij. Op welke plek klinkt het mooi als je een akkoord ophoogt of verlaagd? Doe dit op niet meer dan 1 of 2 plaatsen, anders wordt het teveel van het goede. Dan smaakt je muziek niet meer naar die heerlijke pasta met vierseizoenen peper, maar alleen nog maar naar chilipeper.
Een vraag voor de gevorderden: wanneer kun je deze truc zeker niet toepassen? (Nee, het antwoord staat niet op zijn kop helemaal onderaan dit blog. In een volgend blog komen we erop terug).
3. Reizen voor rekenwonders
Je kunt op reis altijd naar dezelfde bestemming gaan, maar misschien wil je wel eens wat anders. Zo is het ook met toonsoorten. Je kunt zweren bij C-majeur, maar je kunt ook eens in een andere toonsoort spelen. In welke toonsoort je de akkoordenstructuur I, IV, V, I ook speelt, de harmonie blijft van kracht.
Ben je niet bekend met de verschillende toonsoorten en weet je niet uit welke noten de akkoorden I, IV en V bestaan? Je kunt het natuurlijk uit je hoofd leren, maar er is een veel simpelere manier: tellen.
-tel de toonafstanden van de akkoorden in C.
-op welke andere toon je ook begint, als je dezelfde toonafstanden aanhoudt, speel je precies het goede akkoord.
Bijvoorbeeld:
I In C bestaat dit akkoord uit C, E, G.
De afstand tussen C en E is 5 hálve tonen (de C tel je mee, de zwarte toetsen ook).

De afstand tussen E en G is 4 halve tonen (de E tel je mee, de zwarte toetsen ook).
Ga maar na of het klopt:
In de toonladder van G bestaat dit akkoord uit: G, B, D
In de toonladder van D bestaat het uit: D, Fis, A
In de toonladder van Es bestaat het uit Es, G, Bes
De akkoorden IV en V bestaan ook uit dezelfde toonafstanden. Bij beide akkoorden eerst 5 halve tonen, daarna 4. De hele klankwereld ligt nu aan je voeten, klaar om ontdekt te worden, voor Vader Jacob en de rest.
*Bij deze oefeningen gaan we ervan uit dat je akkoorden kunt spelen en dat je bekend bent met de verschillende akkoorden (trappen) van een toonladder.













